Kanjer training

   De Kanjertraining
 
De groepen 1 t/m 8 werken in de klas met de methode Kanjertraining.
Kernwoorden van de Kanjertraining zijn:
vertrouwen, rust en wederzijds respect, sociale redzaamheid, ouderbetrokkenheid, burgerschap, gezond gedrag en duurzaamheid. 
Kanjertraining is effectief in het verbeteren van zelfwaardering, relaties van leerlingen onderling en met de leerkracht, en kinderen blijken na de training minder agressie en depressieve klachten te laten zien. Bovendien blijken kinderen zich na de training gelukkiger te voelen. 
De volgende gedragstypen komen voor in de kanjertraining:
 
De tijger met een witte pet:    

                                                                                                   

Heb je de witte pet op dan ben je een echte kanjer. Je gedraagt je als een kanjertijger. Je bent eerlijk en te vertrouwen, je doet de goede dingen en je helpt iedereen om het goed te hebben met elkaar.

De aap met de rode pet:      

                                                                                                  

Heb je de rode pet op dan ben je de uitslover. Je probeert contact te krijgen door met de pestvogel mee te doen en overal een geintje van te maken. Je neemt niets of niemand serieus. 

Het konijn met de gele pet:

                                                                                                  

De gele pet staat voor het konijntje dat bang en stil is. Je denkt dat je minder waard bent. Je denkt dat je jezelf niet kunt verweren, maar je wilt dat wel. 

De pestvogel met de zwarte pet:

                                                                                                 

Heb je de zwarte pet op, dan ben je de pestvogel, de baasspeler. Je bepaalt zelf wel wat je doet. 
De school streeft een positieve, opbouwende sfeer na en doet dat enerzijds binnen de kaders van de wet en anderzijds binnen het kader van de Kanjerafspraken. 

De Kanjerafspraken die centraal staan in de kanjertraining:
✓            We vertrouwen elkaar
✓            We helpen elkaar
✓            Niemand speelt de baas
✓            Niemand lacht uit
✓            Niemand blijft zielig 
 

                                                  
 

De school zet middels de Kanjerlessen in op het versterken van het onderling vertrouwen en het besef dat het goed is elkaar te helpen. Binnen dat kader speelt niemand de baas, hebben we plezier met elkaar, en ben je of blijf je niet zielig. Duidelijk wordt gesteld dat de leerlingen ten opzichte van elkaar niet de baas zijn. De leerkracht daarentegen is op school “de baas/ het gezag” en de ouders zijn dat thuis.
Als een conflict zich tussen kinderen afspeelt dan zal de school kiezen voor een oplossingsgerichte aanpak. Dat wil zeggen: de school zoekt een oplossing die alle partijen (zo veel mogelijk) recht doet, en borgt gemaakte afspraken. Een oplossingsgerichte aanpak is te onderscheiden van een wraak- en haatgerichte aanpak (vormen van bedreiging en kwaadsprekerijen) of een zeurgerichte aanpak (indirecte kwaadsprekerijen en slachtofferschap). Kortom: doe elkaar recht.
De school neemt het overzicht van de smileys als uitgangspunt: “Het is prima dat jouw vrienden het leuk vinden wat jij bedenkt en doet, maar als de rest van de klas dat niet leuk vindt, evenals jouw juf of meester, (en jouw ouders als die erachter komen) dan gaan we dat niet doen op school.” Je blijft fatsoenlijk en je laat je niet bepalen door je uitdager(s): “Geef geen benzine aan vervelend lopende motortjes.” Mocht een leerling zich niet willen houden aan de eenvoudige afspraken zoals weergegeven in de smileys, dan wordt dat met de ouders van het betreffende kind besproken.  In dit gesprek wordt ervan uitgegaan dat de ouders met de school willen meedenken om een oplossing  te zoeken die goed is voor het eigen kind, andere kinderen, de leerkracht, de school en de buurt.

   

Grensstellend
De school heeft als uitgangspunt dat kinderen zich niet willen misdragen. Maar het kan misgaan. Dat is niet erg. Het zijn leermomenten. "Hoe ga je het de volgende keer doen! Hoe herstel je de emotionele en/of materiële schade. Kunnen we op deze manier weer verder met elkaar.
De kwaliteit van ons onderwijs
Wij streven naar het geven van kwalitatief goed onderwijs. Het werken aan de verbetering van ons onderwijs zien wij als een continu proces, het kan altijd beter. De leerkrachten op school zijn dan ook, net als de kinderen, steeds aan het leren. Zij leren van elkaar en met elkaar, door middel van individuele- en teamscholing.
Wij zijn steeds aan het zoeken naar mogelijkheden om de lessen nog effectiever, aantrekkelijker en begrijpelijker te maken voor alle kinderen.
Bij iedere leerkracht is scholing een vast onderdeel van het takenpakket. Daarnaast praten we veel met elkaar over de manier waarop we zaken kunnen veranderen en verbeteren.
Een goede leerkracht is volgens ons iemand die werkt vanuit een goede relatie.
Hij komt tegemoet aan de individuele onderwijsbehoeften van de leerlingen, stelt hoge verwachtingen en spreekt deze uit. Tevens kan een goede leerkracht de kinderen motiveren en enthousiasmeren. Het is iemand die oog en oor heeft voor het kind. 
Op basis van onder andere onderstaande analyses formuleren we de voornemens voor de komende jaren.

  • Bevindingen van de inspectie die worden weergegeven in een rapport naar aanleiding van Regulier Schooltoezicht.
  • Veranderonderwerpen worden vastgesteld vanuit het Bovenschools kader (Visiedocument BOOR) en vanuit het NPRZ (Nationaal Programma Rotterdam Zuid)
  • Elke vier jaar wordt tevredenheidsonderzoek gehouden onder de ouders, de kinderen van de hoogste groepen en de leerkrachten.​

De kerndoelen van het basisonderwijs
Landelijk zijn voor de basisscholen kerndoelen afgesproken. In die kerndoelen staat omschreven waaraan de basisscholen, binnen de verschillende vakken, moeten werken.
Het aanbod op onze school is dekkend voor de kerndoelen. Bij het aanschaffen van nieuwe methodes en bij het volgen van scholingscursussen zijn de kerndoelen voor ons richtinggevend.